Door cookies te accepteren kunnen we uw gebruikerservaring op onze website verbeteren.

×

Verslagzoeker help

Verfijn hieronder op onderwerp Verwijder uw selectie(s)
Toon inhoudsopgave jaarverslag

10 Exploitatielasten

Kosten van uitbesteed werk

 20132012
   
Grootschalig onderhoud -134 -145
Kleinschalig onderhoud -266 -269
Onderhoud transfer -71 -66
Beheer (incl. kosten calamiteitenorganisatie) -162 -159
Planstudies/innovaties/verkenningen -16 -16
Totaal -649 -655

Grootschalig onderhoud

De kosten voor grootschalig onderhoud zijn met 8% gedaald. Grootschalig onderhoud heeft betrekking op geplande programma's (zoals het slijpen van het spoor) en ad hoc projecten. De daling in 2013 wordt verklaard door een lagere activiteit op het gebied van ad hoc projecten.

Kleinschalig onderhoud

De kosten voor kleinschalig onderhoud zijn licht gedaald. ProRail is samen met de aannemers een proces gestart om de onderhoudscontracten om te zetten naar Prestatie Gericht Onderhoud (PGO) contracten. ProRail realiseert hiermee een betere kosten/prestatieverhouding.

Onderhoud transfer

De kosten voor onderhoud van de transferruimte in stations zijn met 8% gestegen als gevolg van extra inzet van personeel en materieel ten gevolge van winterweer in de eerste maanden van 2013.

Beheer

De kosten van beheer bestaan voornamelijk uit kosten van beheer van IT systemen, kosten van energieverbruik van de spoorinfra en benodigde inzet bij calamiteiten. De kosten zijn met 2% toegenomen in vergelijking met 2012, voornamelijk door de invoering van het veiligheidspaspoort, ingebruikname van nieuwe IT systemen en kosten voor de bedrijfsbrandweer.

Planstudies/innovaties/verkenningen

De kosten voor planstudies, innovaties en verkenningen zijn gelijk gebleven ten opzichte van 2012.

Lonen en salarissen

 20132012
   
Totaal -232 -236

De lonen en salarissen zijn met EUR 4 miljoen (1,7%) afgenomen ten opzichte van 2012. Deze daling wordt voor 1% verklaard als gevolg van een lagere vergoeding voor onregelmatigheidstoeslag. In 2012 was een aantal incidenten, zoals streng winterweer en het treinongeval Westerpark Amsterdam, dat voor een verhoging van de vergoeding voor onregelmatigheidstoeslag zorgden. Daarnaast is de daling van de lonen en salarissen een gevolg van een lager gemiddelde personeelsbezetting die deels wordt gecompenseerd door een gemiddelde individuele loonstijging van 1,6%. De gemiddelde personeelsbezetting (exclusief inhuur) in 2013 was 3953 FTE (2012: 4121 FTE). Alle medewerkers zijn in dienst van ProRail B.V.

Verdeling van FTE (gemiddeld aantal FTE)20132012
   
Directie20 22
Vervoer en Dienstregeling190 184
Operatie2346 2549
Projecten992 1031
Staven405 335
Totaal3953 4121

De afname van de gemiddelde personeelsbezetting met 168 FTE wordt met name verklaard door de overdracht van Reisinformatie aan NS-reizigers per 1 november 2012. De toename van het aantal FTE bij de Staven wordt verklaard door een centralisatie van ondersteunende diensten.

Sociale lasten

 20132012
   
Totaal -38 -37

De stijging van de sociale lasten met EUR 1 miljoen ten opzichte van 2012 is veroorzaakt door de stijging van premies sociale verzekeringen en pensioenen gecombineerd met een lichte daling van de gemiddelde personeelsbezetting. Het werkgeversaandeel van de pensioenpremies bedraagt in 2013 EUR 7,7 miljoen (2012: EUR 5,8 miljoen).

Bezoldiging commissarissen

De ten laste van de onderneming komende beloning van de commissarissen over 2013 bedraagt in totaal EUR 163.185 (2012: EUR 177.977). De beloning bestaat uit een vast honorarium, een vergoeding voor deelname aan één of meer commissies en een onkostenvergoeding. In 2013 heeft er geen indexering plaatsgevonden. De bezoldiging van de RvC over 2013 is als volgt:

(in euro's) M/VVaste jaarlijkse vergoedingVergoeding Audit CommissieVergoeding remuneratie en/of selectie- /benoemings- commissieOverige vergoedingenTotaal 2013Totaal 2012 (aangepast voor overige vergoedingen)
        
M.A.M. Boersma (president-commissaris)M 30.942 - 7.594 1.216 39.752 46.342
C.J.G. Zuiderwijk-JacobsV 19.675 7.594 7.594 1.216 36.079 38.881
W.E. KooijmanM 19.675 - 7.594 1.216 28.485 30.918
J.G.H. HelthuisV 19.675 7.594 1.899 1.216 30.384 30.918
P.T.H. TimmermansM 19.675 7.594 - 1.216 28.485 30.918

Er zijn geen leningen, voorschotten en garanties ten behoeve van commissarissen verstrekt door de onderneming.

Bezoldiging bestuurders

De ten laste van de onderneming komende beloning van de statutaire bestuurders en de overige bestuurder over 2013 bedraagt in totaal EUR 674.841 (2012: EUR 656.290). De beloning van de bestuurders bestaat uit een vast inkomen met secundaire arbeidsvoorwaarden (onkostenvergoeding, leaseauto en pensioen). Bij de bezoldiging van de bestuurders in 2013, heeft er geen indexering plaatsgevonden van het vaste inkomen. De bezoldiging voor de bestuurders is als volgt:

1.  Functie per 1 juli 2014 ter beschikking gesteld.
2.  Uit dienst per 6 september 2013. 
3.
Uit dienst per 1 april 2014.
4. Ad interim vanaf 19 augustus 2013, vergoeding is gebaseerd op een uurtarief exclusief kantoorkosten (10% van bezoldiging).
5.  Werkgeversdeel van pensioenpremie. In het genoemde bedrag inzake de heer H.P.M.G. Steeghs is voor 2013 een aanvullende pensioendotatie opgenomen van EUR 4.000.
6.  De genoemde bedragen met betrekking tot 2012 betreffen nabetalingen in 2013

 
Er zijn geen leningen, voorschotten en garanties ten behoeve van bestuurders verstrekt door de onderneming.

Crisisheffing

Uit hoofde van artikel 32 bd van de 'Wet op de loonbelasting 1964' is in 2013 een bedrag van EUR 45.511 (2012: EUR 79.088) ten laste van het resultaat gebracht inzake de door de overheid vastgestelde crisisheffing. Het bedrag aan bezoldiging bestuurders is exclusief deze crisisheffing.

Overige arbeidsvoorwaarden

Vervoersfaciliteiten

ProRail opereert binnen het domein van het Openbaar Vervoer. Om in de mobiliteitsbehoefte van haar medewerkers te voorzien stelt ProRail hen en hun gezinsleden vervoersfaciliteiten ter beschikking (gebonden aan de fiscale regels ter zake).

Pensioen

De pensioenregeling van de bedrijfstak Spoorwegen is een collectieve toegezegde-bijdrageregeling, die de werkgever verplicht tot het betalen van een vooraf vastgestelde jaarlijkse premie. Medewerkers geboren in of na 1950 hebben in beginsel aanspraak op een pensioen gebaseerd op een middelloonregeling met een pensioenleeftijd van 65 jaar. De werkgever is niet aansprakelijk voor het aanvullen van premie- of dekkingstekorten bij het pensioenfonds.

Afschrijvingskosten

 20132012
   
Afschrijvingen materiële vaste activa op basis van historische kosten, gefinancierd door eigen financiering -116 -112
Afschrijvingen materiële vaste activa op basis van historische kosten, gefinancierd door de Rijksoverheid en derden -341 -320
Actuele waarde component in afschrijvingen als gevolg van herwaarderingen van materiële vaste activa in voorbije jaren -200 -194
  -657 -626
Amortisatie materiële vaste activa, gefinancierd door de Rijksoverheid en derden 341 315
Totaal afschrijvingskosten op basis van vervangingswaarde -316 -311

Afschrijvingskosten op basis van vervangingswaarde

De stijging van de totale afschrijvingen op basis van vervangingswaarde van EUR 31 miljoen wordt veroorzaakt door een aantal factoren. Als gevolg van de ingebruikname van projecten in 2013 zijn de afschrijvingskosten gestegen met EUR 25 miljoen. Daarnaast werkt de ingebruikname van projecten gedurende 2012 volledig door in de verantwoorde afschrijvingskosten in 2013 met een effect in 2013 ter grootte van EUR 25 miljoen. Als gevolg van prijsindexering (aanpassing naar de huidige vervangingswaarde) zijn de afschrijvingskosten met EUR 7 miljoen toegenomen. Daarnaast zijn als gevolg van nieuwe inzichten de afschrijvingstermijnen van bepaalde soorten activa verlaagd, dit betreft met name verhardingen en ATB-Vv. Dit heeft geleid tot hogere afschrijvingskosten van EUR 24 miljoen. Hiertegenover staan lagere afschrijvingskosten als gevolg van buiten afschrijving geraakte activa (activa waarvan de economische levensduur is verstreken, die nog wel in dienst zijn) en door sloop van activa EUR 49 miljoen.

Amortisatie

De amortisaties betreffen de vrijval van Investeringsbijdragen ten gunste van de winst- en verliesrekening. Deze amortisaties staan tegenover de betreffende afschrijvingskosten van de materiële vaste activa die zijn gefinancierd door de Rijksoverheid en derden. De toename van de amortisaties ligt in lijn met de hiervoor beschreven toename van de afschrijvingen op basis van de vervangingswaarde.

Overige waardeveranderingen vaste activa

 20132012
   
Waardeveranderingen vaste activa, gefinancierd door eigen financiering -26 -36
Waardeveranderingen vaste activa, gefinancierd door de Rijksoverheid en derden -138 -101
Actuele waarde component in overige waardeveranderingen als gevolg van herwaarderingen van vaste activa in voorbije jaren -24 -17
  -188 -154
Amortisatie vaste activa, gefinancierd door de Rijksoverheid en derden 138 101
Totaal overige waardeveranderingen op basis van vervangingswaarde -50 -53

Onder de Overige waardeveranderingen vaste activa zijn begrepen boekwaarderesultaten bij desinvesteringen en de niet-activeerbare-investeringen. Deze posten worden toegelicht bij het verloopoverzicht materiële vaste activa.

Overige bedrijfslasten

 20132012
   
Huisvesting- en kantoor/werkplekkosten -65 -57
Overige personeelskosten -27 -32
Externe dienstverlening -61 -58
Mutatie voorzieningen 1 11
Overige baten en lasten -5 9
Totaal -157 -127

De stijging van de Huisvesting- en kantoor/werplekkosten wordt met name verklaard uit een stijging van de automatiseringskosten, een stijging van de algemene kosten van huisvesting zoals huur indexering, energie en beveiliging en daarnaast een reclassificatie van Overige personeelskosten.
De stijging van de kosten voor Externe dienstverlening ten opzichte van 2012 is het gevolg van een toename van het aantal externe adviseurs ingezet op een aantal grote verander- en verbetertrajecten die in 2013 zijn gestart. Hiertegenover staat een afname van het aantal ingehuurde medewerkers.
De Mutatie voorzieningen in 2012 betreft een vrijval van de voorziening die wordt aangehouden voor in opdracht van derden gefinancierde werken. Met ingang van 2013 zijn de betreffende voorzieningen geclassificeerd onder de vooruitontvangen omgevingswerken. Zie hiervoor de toelichting bij de stelselwijziging.
De Overige baten en lasten bestaan uit herwaarderingsresultaten van EUR 2 miljoen en overige incidentele posten als schades en boetes van EUR 3 miljoen. Onder de Overige baten en lasten worden zowel kosten als vrijval van eerder opgenomen voorzieningen verantwoord.

Honoraria van de accountant

In de externe dienstverlening is een bedrag ad EUR 1,7 miljoen begrepen voor accountantskosten (2012: EUR 1,6 miljoen). Hiervan is EUR 0,3 miljoen (2012: EUR 0,3 miljoen) besteed aan onderzoek van de jaarrekening en daarmee verband houdende verantwoordingen, EUR 0,5 miljoen (2012: EUR 0,6 miljoen) aan overige controle werkzaamheden (met name projectcontroles), en EUR 0,9 miljoen (2012: EUR 0,7 miljoen) aan algemene adviesdiensten. Er zijn in het boekjaar geen adviesdiensten op fiscaal terrein door de accountant uitgevoerd.


Vorig artikel9 Bedrijfsopbrengsten Volgend artikel11 Vrijval herwaarderingsreserve