Door cookies te accepteren kunnen we uw gebruikerservaring op onze website verbeteren.

×

Verslagzoeker help

Verfijn hieronder op onderwerp Verwijder uw selectie(s)
Toon inhoudsopgave jaarverslag

Grondslagen voor de waardering van activa en passiva en voor de resultaatbepaling

Activa

Materiële vaste activa

Waardering

Materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen actuele waarde, ingevuld door de vervangingswaarde onder aftrek van de over deze waarde op lineaire basis berekende afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. Terreinen in de categorie Dragen, geleiden en doorsnijden en activa in de categorie Werken in constructie worden gewaardeerd tegen de aanschafwaarde onder aftrek van bijzondere waardeverminderingen.

De aanschafwaarde bestaat uit: investeringsuitgaven die verband houden met het verkrijgen of vervaardigen van het activum, inclusief de kosten van de door eigen personeel verrichte werkzaamheden (geactiveerde productie eigen bedrijf). In de aanschafwaarde wordt geen rente over investeringen tijdens de bouw begrepen. Indien de kosten van groot onderhoud aan materiële vaste activa niet voldoen aan activeringscriteria, worden deze direct ten laste gebracht van de winst- en verliesrekening.

De vervangingswaarde van de materiële vaste activa wordt bepaald door de aanschafwaarde jaarlijks te indexeren op basis van CBS-gegevens. Indien is besloten de activa te verkopen, te slopen of over te dragen, is de actuele waarde gelijk aan de verwachte (directe) opbrengstwaarde.

Ontvangen bijdragen van de Rijksoverheid en derden ten behoeve van de financiering van materiële vaste activa worden als overlopend passief verantwoord. Financiering vindt plaats tegen aanschafwaarde.

Afschrijvingen

De afschrijvingen worden lineair berekend en zijn gebaseerd op de verwachte gebruiksduur per onderscheidend component, rekening houdend met een eventuele restwaarde. Indien de verwachting omtrent de afschrijvingsmethode, gebruiksduur en/of restwaarde in de loop van de tijd wijzigen, worden deze als een schattingswijziging verantwoord.

De afschrijvingen op basis van vervangingswaarde worden ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht als afschrijvingskosten. De ontvangen investeringsvergoeding van de Rijksoverheid is gebaseerd op de aanschafwaarde en wordt als jaaramortisatie in mindering gebracht op de afschrijvingskosten naar voortgang van de afschrijving van de activa waarop de vergoeding betrekking heeft. Het verschil tussen de afschrijvingen op basis van vervangingswaarde en de afschrijvingen op basis van de historische uitgaafprijs wordt onttrokken aan de herwaarderingsreserve ten gunste van de winst- en verliesrekening.

De afschrijvingstermijnen in jaren zijn als volgt:

 OndergrensBovengrens
Dragen, geleiden en doorsnijden30100
Energie4080
Transfer5100
Beheersen en communicatie430
Beveiligen2050

Op Terreinen wordt niet afgeschreven.

Bijzondere waardevermindering

Jaarlijks wordt onderzocht of er sprake is van een bijzondere waardevermindering van de materiële vaste activa. Indien deze indicatie aanwezig is, dan wordt de verwachte realiseerbare waarde van het actief bepaald. Indien deze waarde lager is dan de huidige boekwaarde, dan wordt het verschil ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht voor zover de gevormde herwaarderingsreserve voor dit actief niet toereikend is. De aard van de activa leidt ertoe dat de realiseerbare waarde veelal niet per actief kan worden bepaald. In deze gevallen wordt de realiseerbare waarde afgeleid van de kasstroom genererende eenheid waartoe het actief behoort.

Indien een bijzondere waardevermindering heeft plaatsgevonden, wordt jaarlijks nagegaan of er aanwijzingen bestaan of deze waardevermindering ten aanzien van de materiële vaste activa niet meer bestaat of is verminderd en derhalve moet worden teruggenomen. De verhoging mag niet verder gaan dan tot het bedrag van de boekwaarde van het actief dat op dat moment zou hebben gegolden, indien het verlies als gevolg van bijzondere waardevermindering niet zou zijn verantwoord. De verhoging van de boekwaarde (een terugneming van een bijzondere waardevermindering verlies) wordt onmiddellijk verantwoord als bate in de winst- en verliesrekening tot de oorspronkelijke aanschafwaarde. Indien de verhoging de aanschafwaarde te boven gaat, zal dit deel ten gunste van een herwaarderingsreserve worden gebracht.

Financiële vaste activa

Deelnemingen

Deelnemingen worden tegen de zichtbaar eigen vermogen methode gewaardeerd. Overeenkomstig deze methode, worden de deelnemingen in de balans opgenomen tegen het aandeel van ProRail in het zichtbare eigen vermogen rekening houdend met haar aandeel in de resultaten van de deelnemingen van het moment van verwerving, bepaald volgens de grondslagen zoals vermeld in de jaarrekening van de deelneming. In de winst- en verliesrekening wordt het aandeel in het resultaat van de deelnemingen opgenomen. Indien en voor zover de vennootschap niet zonder beperking uitkering van de positieve resultaten kan bewerkstelligen, worden de resultaten in een wettelijke reserve opgenomen.

Deelnemingen waarderen de materiële vaste activa niet tegen vervangingswaarde. Het effect op de waardering van de deelneming voor ProRail wordt als niet materieel beschouwd.

Overige financiële activa

Bij de eerste verwerking van financiële activa worden deze opgenomen tegen reële waarde vermeerderd met de direct daaraan toe te rekenen transactiekosten. Dit is niet van toepassing op de financiële activa welke in de winst- en verliesrekening tegen reële waarde met waardeveranderingen zijn verwerkt. Alle aan- en verkopen volgens standaard marktconventies van financiële activa worden opgenomen per de transactiedatum, dat wil zeggen de datum waarop ProRail de bindende overeenkomst aangaat.

De vorderingen worden na eerste waardering opgenomen tegen geamortiseerde kostprijs (nominale waarde onder aftrek van een waarde correctie voor mogelijke oninbaarheid).

Passiva

Classificatie eigen vermogen en vreemd vermogen

Een financieel instrument wordt in de jaarrekening als vreemd vermogen of als eigen vermogen geclassificeerd overeenkomstig de juridische realiteit van de contractuele overeenkomst waaruit het financieel instrument voortvloeit.

Voorzieningen

Voorzieningen worden opgenomen voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen van een onzekere omvang of met een onzeker tijdstip als gevolg van gebeurtenissen in het verleden. De omvang van de voorziening wordt bepaald door de beste schatting per balansdatum van de bedragen die noodzakelijk zijn om de desbetreffende verplichtingen en verliezen af te wikkelen. De voorziening jubileumuitkering wordt opgenomen tegen contante waarde, de overige voorzieningen worden opgenomen tegen nominale waarde.

Lang- en kortlopende schulden

Bij de eerste opname van financiële verplichtingen worden deze opgenomen tegen reële waarde verminderd met de direct daaraan toe te rekenen transactiekosten. De verplichtingen worden na de eerste waardering gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs volgens de effectieve rentemethode.Resultaten worden in de winst- en verliesrekening opgenomen zodra de verplichtingen niet langer op de balans worden opgenomen, alsmede via het amortisatieproces.

Investeringsbijdrage

Ontvangen bijdragen van de Rijksoverheid en derden ten behoeve van de financiering van materiële vaste activa worden onder de lang- en kortlopende schulden verantwoord. Financiering vindt plaats tegen aanschafwaarde.

Pensioenen

De aan de pensioenuitvoerder te betalen premie wordt als last in de winst- en verliesrekening verantwoord. Te betalen premie dan wel de vooruitbetaalde premie per jaareinde wordt als overlopend passief respectievelijk overlopend actief verantwoord. Voor verplichtingen naast de aan de pensioenuitvoerder te betalen premie wordt een voorziening opgenomen, indien per balansdatum sprake is van een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting aan de pensioenuitvoerder en/of werknemer, het waarschijnlijk is dat voor de afwikkeling van die verplichting een uitstroom van middelen noodzakelijk is, en er een betrouwbare schatting kan worden gemaakt van de omvang van de verplichting. De voorziening voor additionele verplichtingen aan de pensioenuitvoerder en/of werknemer, wordt gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de desbetreffende verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. De voorziening wordt gewaardeerd tegen de contante waarde als het effect van de tijdswaarde van geld materieel is (waarbij de disconteringsvoet vóór belastingen de actuele marktrente weergeeft).

Egalisatierekening

De door ProRail gevormde egalisatiereserve, als bedoeld in artikel 4:72, van de Algemene wet bestuursrecht, wordt als een egalisatierekening verantwoord in de jaarrekening. Op de egalisatierekening is het saldo verantwoord van de historische resultaten uit gewone bedrijfsuitoefening en door de Rijksoverheid ingehouden taakstellingen bij het verlenen van de subsidiebeschikking. Het verschil tussen de vastgestelde subsidie en de werkelijke kosten waarvoor subsidie wordt verleend, komt ten gunste onderscheidenlijk ten laste van de egalisatierekening. Dit saldo wordt afhankelijk van een debet of credit stand, als overlopend actief c.q. overlopend passief verantwoord.

Resultaatbepaling

Netto-omzet

Onder de Exploitatiebijdragen Rijksoverheid worden de van de Rijksoverheid verkregen middelen voor capaciteitsmanagement, verkeersleiding, onderhoud en kapitaallasten van het landelijke railnet verantwoord. De exploitatiesubsidie wordt opgenomen op het moment dat aan alle voorwaarden is voldaan. Dit houdt in dat exploitatiesubsidie ten gunste van de winst- en verliesrekening komt in het jaar waarin de ermee samenhangende bestedingen worden verwerkt.

De van de Rijksoverheid ontvangen vergoedingen voor aanleg van vaste activa en vervanging van de bovenbouw worden op de Exploitatiebijdragen in mindering gebracht en gepresenteerd als Investeringsbijdragen onder de lang- en kortlopende schulden.

De van spoorwegondernemingen geïnde vergoedingen voor gebruik van het landelijk railnet worden onder Gebruiksvergoeding verantwoord.

Geactiveerde productie eigen bedrijf

Onder Geactiveerde productie eigen bedrijf zijn opgenomen de door het eigen personeel verrichte werkzaamheden, welke betrekking hebben op de vervaardiging van materiële vaste activa (investering), zoals voorbereiding en toezicht.

Overige bedrijfsopbrengsten 

Onder Overige bedrijfsopbrengsten zijn opgenomen de opbrengsten van de voor derden uitgevoerde werkzaamheden en doorbelastingen aan deelnemingen uit hoofde van door ProRail verrichte diensten, zoals detachering van treindienstleiders.

Kosten

De kosten worden bepaald met inachtneming van de hiervoor reeds vermelde grondslagen voor waardering en worden toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben. (Voorzienbare) verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden voor het einde van het boekjaar worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden en overigens wordt voldaan aan de voorwaarden voor het opnemen van voorzieningen.

Belastingen

ProRail B.V. maakt samen met Railinfratrust B.V. deel uit van een fiscale eenheid voor de heffing van vennootschapsbelasting en tevens van een fiscale eenheid voor de heffing van omzetbelasting. Beide vennootschappen zijn volgens de standaardvoorwaarden hoofdelijk aansprakelijk voor de te betalen belasting van alle bij de fiscale eenheid betrokken vennootschappen. De verrekening van de belastingen binnen deze eenheid vindt plaats alsof elke maatschappij zelfstandig belastingplichtig is.

Grondslagen voor het kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de directe methode, waarbij onderscheid is gemaakt tussen de kasstromen uit operationele, investerings- en financieringsactiviteiten.

In het kasstroomoverzicht zijn de stromen voor ontvangen bijdragen en daaraan gerelateerde uitgaven ten aanzien van omgevingswerken in opdracht van derden als bruto stromen verantwoord. De totaal ontvangen bijdrage van derden bedraagt EUR 376 miljoen en wordt voor EUR 37 miljoen verantwoord onder de operationele activiteiten daar waar het activiteiten betreft voor beheer en instandhouding. De resterende ontvangen bijdrage van EUR 339 miljoen is verantwoord onder de investeringsactiviteiten als gevolg van de directe relatie met vernieuwing en vervanging. Voor EUR 74 miljoen heeft de vernieuwing en vervanging betrekking op activa waarvan het economisch eigendom niet bij ProRail ligt.

Financieel risicomanagement

Algemeen

De in deze toelichting opgenomen gegevens verschaffen informatie die behulpzaam is bij het schatten van de omvang van risico’s die verbonden zijn aan zowel de in de balans opgenomen als de niet in de balans opgenomen financiële instrumenten. Het betreft hier elke overeenkomst die leidt tot een financieel actief bij één partij en een financiële verplichting of eigen- vermogensinstrument bij een andere partij. Hieronder vallen traditionele financiële instrumenten, zoals vorderingen, schulden en effecten. ProRail heeft geen afgeleide financiële instrumenten (derivaten).

De primaire financiële instrumenten van ProRail dienen ter financiering van de operationele activiteiten van ProRail of vloeien direct uit deze activiteiten voort. Het beleid van ProRail is om niet te handelen in financiële instrumenten.

De belangrijkste risico’s uit hoofde van de financiële instrumenten van ProRail zijn het rente-, het krediet- en het liquiditeitsrisico. Het beleid van ProRail om deze risico’s te beperken, luidt als volgt:

Renterisico

De langlopende leningen van ProRail hebben een vast rentepercentage waardoor ProRail een aanvaardbaar risico loopt dat de reële waarde van de leningen zal dalen respectievelijk stijgen als gevolg van veranderingen in de marktrente. Het aflossingsschema en de opbouw van de van toepassing zijnde rentepercentages zijn opgenomen bij de toelichting op de langlopende schulden.

Kredietrisico

ProRail handelt enkel met kredietwaardige partijen en heeft procedures opgesteld om de kredietwaardigheid te bepalen. Er zijn richtlijnen opgesteld om de omvang van het kredietrisico bij elke partij te beperken. Bovendien bewaakt ProRail voortdurend haar vorderingen en hanteert ProRail een strikte aanmaningsprocedure. Door de bovenstaande maatregelen is het kredietrisico voor ProRail minimaal. Verder zijn er geen belangrijke concentraties van kredietrisico binnen ProRail.
De kortlopende vorderingen kunnen ingedeeld worden in de volgende categorieën:

  • Vorderingen op de Rijksoverheid: EUR 0 miljoen
  • Vorderingen op andere overheden: EUR 55 miljoen
  • Vorderingen op andere partijen: EUR 82 miljoen

Reële waarde

Onder de reële waarde wordt verstaan het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een verplichting kan worden afgewikkeld tussen ter zake goed geïnformeerde partijen, die tot een transactie bereid en onafhankelijk van elkaar zijn (in het Besluit actuele waarde 'marktwaarde' genoemd).
De boekwaarde van de liquide middelen benadert de reële waarde vanwege de korte looptijd van de gehouden instrumenten.

De kortlopende schulden bestaan hoofdzakelijk uit schulden aan leveranciers en de Rijksoverheid. De reële waarde van de kortlopende schulden is nagenoeg gelijk aan de marktwaarde als gevolg van de korte looptijden van de betreffende instrumenten.

Per 31 december 2013 zijn er geen concrete plannen voor vervroegde aflossing op langlopende schulden.


Vorig artikelAlgemeen Volgend artikel1 Materiële vaste activa