Door cookies te accepteren kunnen we uw gebruikerservaring op onze website verbeteren.

×

Verslagzoeker help

Verfijn hieronder op onderwerp Verwijder uw selectie(s)
Toon inhoudsopgave jaarverslag

16 Niet in de balans opgenomen verplichtingen en regelingen

Concessie

De concessie is in werking getreden op 1 januari 2005 en vervalt met ingang van 1 januari 2015. In 2009 heeft het kabinet de uitkomsten van de eerste evaluatie 2008 gepresenteerd in haar rapport 'Spoor in beweging'. Hieruit blijkt dat het in de rede ligt een Beheerconcessie voor onbepaalde tijd te geven, omdat het kabinet ProRail positioneert als de uitvoeringsorganisatie met de focus op de publieke taak en de klanten, het kabinet het beheer niet opsplitst en vanwege de overwegingen van levenscyclusmanagement. Recentelijk heeft het ministerie van Infrastructuur en Milieu in de Lange Termijn Spooragenda aangegeven dat de nieuwe Beheerconcessie vanaf 2015 aan ProRail wordt gegund voor een periode van tenminste 10 jaar.

Investeringsverplichtingen

De aangegane financiële verplichtingen inzake investeringen en onderhanden projecten bedroegen per ultimo 2013 circa EUR 1,2 miljard (2012: EUR 1,3 miljard). De afloop van investeringsverplichtingen en de nieuwe investeringsverplichtingen waren in 2013 van vergelijkbare omvang.

Meerjarencontracten

ProRail heeft zich contractueel vastgelegd voor de hieronder opgesomde zaken (bedragen x EUR 1 miljoen):

Aangegane verplichtingen naar vervaltermijnen< 1 jaar1-5 jaar > 5 jaarTotaal
     
Schoonmaak en onderhoud transferruimten (stations) 60 240 60 360
Prestatie Gericht Onderhoud contracten (PGO) voor onderhoud aan de spoorinfra 50 60 - 110
Output Proces Contracten (OPC) voor onderhoud aan de spoorinfra * 107 - - 107
Huisvesting 20 48 29 97
Railinfragegevens- en meetdiensten 11 12 - 23
IT beheer 37 27 - 64
Onderhoud beveiligingssystemen, liften en roltrappen 10 10 30 50
Diverse overeenkomsten 10 3 - 13
Totalen 305 400 119 824

* Alle OPC contracten zullen op termijn overgaan in PGO contracten.

Milieuvergunningen

Milieuwetgeving verplicht ProRail om milieuvergunningen te verkrijgen voor haar emplacementen. In deze milieuvergunningen is de toegestane milieuruimte geregeld, dat wil zeggen de hoeveelheid geluid die mag worden gemaakt en welk risico vanwege het rangeren met gevaarlijke stoffen toelaatbaar is. De verplichtingen die hieruit voortvloeien hebben geleid tot (geluids-)bron bestrijdende maatregelen aan het rijdend materieel.

Het Uitvoeringsprogramma Geluid Emplacementen (UPGE) is er op gericht dat na afronding van het programma alle emplacementen voldoen aan de geluidsnormen uit de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening 1998 (beoordeeld volgens de Circulaire piekgeluiden spoorwegemplacementen d.d. 19-12-2003) dan wel aan de eisen uit de milieuvergunning als die hogere waarden dan de Handreiking toelaten. Het programma bestaat enerzijds uit de deelprogramma’s ‘terugdringen booggeluid’ en ‘terugdringen voeggeluid’ en anderzijds uit een aantal deelprojecten op emplacementen waar extra maatregelen (geluidschermen) nodig zijn om aan de normen te kunnen voldoen. De deelprogramma’s ‘terugdringen booggeluid’ en ‘terugdringen voeggeluid’ zijn in 2013 afgerond. De deelprojecten op emplacementen waar extra maatregelen nodig zijn, zijn naar verwachting in 2015 allemaal afgerond. De einddatum voor de realisatie van de extra maatregelen loopt mogelijk vertraging op door stagnatie in lopende procedures voor het aanvragen van de omgevingsvergunning milieu. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft voor het UPGE een totaalbudget van EUR 106 miljoen ter beschikking gesteld.

Pensioenverplichtingen

ProRail is aangesloten bij de pensioenregeling voor de bedrijfstak Spoorwegen die is ondergebracht bij het Spoorwegpensioenfonds. Deze pensioenregeling geldt voor alle medewerkers in loondienst van ProRail en verplicht ProRail tot het betalen van een vooraf vastgestelde jaarlijkse premie. De premie die met het Spoorwegpensioenfonds is overeengekomen, is een jaarlijks stijgend percentage van de loonsom. Het percentage is in 2013 gestegen naar 6,5% (2012: 4,9%). Het percentage zal jaarlijks toenemen tot het kostprijs dekkende niveau van 20%. De onderneming heeft na betaling van de overeengekomen premie geen verplichting tot het betalen van aanvullende bedragen in geval sprake zou zijn van een tekort bij het pensioenfonds. De actuariële risico’s en de beleggingsrisico’s liggen bij het pensioenfonds en zijn deelnemers.

Van de pensioenpremie die aan het Spoorwegpensioenfonds wordt afgedragen komt 2/3 deel voor rekening van de onderneming en 1/3 deel voor rekening van de medewerkers. De dekkingsgraad is een indicator voor de vermogenspositie van het pensioenfonds en geeft de verhouding weer tussen de bezittingen en de verplichtingen van het pensioenfonds. Het spoorwegpensioenfonds had een dekkingsgraad van 122% per 31 december 2013 (113,9% per 31 december 2012). De wet- en regelgeving stelt eisen aan de berekening van de dekkingsgraad en het minimum niveau van de dekkingsgraad (105%). Per 31 december 2013 voldeed het spoorwegpensioenfonds aan deze minimum dekkingsgraad. Van een reservetekort is sprake bij een dekkingsgraad < 121%. Het Spoorwegpensioenfonds verkeert nog in de fase van het lange termijn herstelplan, dat door De Nederlandsche Bank is goedgekeurd.

Garantie Relined B.V.

ProRail heeft zich, als eigenaar van een glasvezelnetwerk, garant gesteld om de rechten en plichten van Relined B.V. over te nemen, indien Relined B.V. niet langer de huurovereenkomst van glasvezelkabels met SURFnet B.V. kan nakomen. SURFnet B.V. is verantwoordelijk voor het GigaPort-project, een Nederlands initiatief gericht op de ontwikkeling van elektronische communicatie in termen van netwerkstructuur. Hierbij wordt gebruik gemaakt van ‘Dark Fiber’ glasvezelkabels, die tot 1 januari 2021 worden gehuurd van Relined B.V.

Samenwerkingsprotocol RWS

Rijkswaterstaat en ProRail streven ernaar zoveel mogelijk als één professionele opdrachtgever richting de markt en de omgeving op te treden. De kaders van de samenwerking tussen Rijkswaterstaat en ProRail B.V. zijn in 2001 uitgewerkt in een samenwerkingsprotocol. Het protocol geeft kaders voor de strategische samenwerking op het gebied van aanleg, beheer en onderhoud (inclusief vervanging) van onderling kruisende infrastructuur (weg, spoorweg, waterweg). In 2011 hebben Rijkswaterstaat en ProRail B.V. het samenwerkingsprotocol uit 2001 herzien. Per project zullen nadere concrete afspraken worden gemaakt op basis van de modelovereenkomst die onderdeel uitmaakt van het samenwerkingsprotocol. De totale vervangingswaarde van de 89 geïdentificeerde projecten is geraamd op EUR 1,4 miljard.

Claims

ProRail B.V. is van tijd tot tijd betrokken in rechtsgeschillen naar aanleiding van ingediende, doch betwiste claims. Mede gebaseerd op juridisch advies, heeft de Directie een voorziening opgenomen inzake een beperkt aantal lopende zaken en is de Directie voorts van mening dat de uitkomst van de overige lopende zaken geen invloed van materiële betekenis zal hebben op de financiële positie van ProRail B.V.

Railstock

De Supply, Logistics & Servicemanager Voestalpine Railpro B.V. houdt voor eigen rekening en risico voorraad, de zogenoemde Railstock, aan van een omvang en samenstelling als door ProRail is vastgesteld. De Railstock is primair bedoeld als calamiteitenvoorraad ten behoeve van correctief onderhoud. Daarnaast worden materialen in de Railstock opgeslagen die voor ProRail van strategisch belang zijn. ProRail heeft hiervoor een contract afgesloten met Voestalpine Railpro B.V. Na beëindiging van het contract heeft ProRail een afnameverplichting van de volledige Railstock tegen de dan actuele voorraadwaarde vermeerderd met eventuele afvoerkosten. Het huidige contract heeft een looptijd tot medio 2017. De waarde van de Railstock bedraagt ultimo 2013 EUR 4 miljoen (2012: EUR 3 miljoen), waarvan EUR 0,2 miljoen incourant.

Utrecht, 29 april 2014

 

Directie ProRail B.V. 

Raad van Commissarissen ProRail B.V. 

Mevrouw M.W. Gout-van Sinderen, president-directeur

M.A.M. Boersma, president-commissaris 

 

W.E. Kooijman 

 

Mevrouw C.J.G. Zuiderwijk-Jacobs 

 

Mevrouw J.G.H. Helthuis 

 

P.T.H. Timmermans 

 


Vorig artikel15 Belastingen Volgend artikelResultaatbestemming